‘Dit is de laatste keer…’.
Je had het aangegeven;
je keek nog eenmaal om en zag de zee
voor ’t laatst,
je nam ze mee:
gedachten aan de golven en het strand;
en thuis vond ik natuurlijk ook de krant,
die ied’re dag van a tot z gelezen,
zo trouw als ‘Trouw’
weer werd hèrlezen…;
het was de laatste keer;
en telkens denk ik weer
hoe, met gevaar voor eigen leven,
aan ons een voorbeeld werd gegeven
van liefde en barmhartigheid:
je bood
verzorging, veiligheid
aan vluchteling,
aan jood…
‘…en al mijn lasten’, zei je blij – maar moe,
‘…ik ga ermee naar Christus toe’;
het was de laatste keer,
maar ‘k weet – getroost:
bij God zie ik je weer !