Nu d’ avond valt komt alles weer tot rust;
de laatste zonnestralen hebben mij gekust
en witte nevel dekt als deken toe
het dromend vee aan groene oevers,
loom en moe,
de dorst gelest…
het water rimpelt door
van oost naar west,
van land naar zee,
al eeuwenlang
– en kleine vogels drijven spelend mee –
totdat het weer terugkeert
– spel van wind en zon –
als damp en wolk van regen
naar de bron,
zoals het eens begon…
zo zal het blijven:
eindeloos van duur –
het wonder van de schepping:
Gods natuur…