Als wij deze gelijkenis in Lukas 10 : 25-37 nader bezien ontdekken wij daarin
een prachtige boodschap die veel verder reikt dan alleen naastenliefde.
Een mens daalde af van Jeruzalem naar Jericho, werd overvallen, beroofd en
daarna voor dood achtergelaten.
Meteen zie je daarin het beeld van de in-zonde-gevallen-mens(heid).
Jeruzalem: het beeld van Gods Koninkrijk – Jericho, beeld van het rijk van satan
die de naar-Gods-beeld-geschapen-mens beroofde van zijn Goddelijke waardigheid
door hem te verleiden tot zonde, zodat deze onder zijn macht kwam … helaas !
De val van Adam en Eva had verschrikkelijke gevolgen: zonde, ziekte en dood
verwoesten nog steeds de mensheid en de prachtige schepping van God.
Zo is satan: Jezus beschrijft hem in Johannes 10 als een dief, die komt om
te slachten, te stelen en te verderven. We zien het in de wereld om ons heen.
Zijn trawanten, gevallen engelen (rovers in het verhaal) zijn van hetzelfde kaliber.
De priester en leviet die de halfdode man zien liggen gaan aan de overzijde voorbij.
Beeld van de ‘religie’: dode godsdienst zonder een hart vol liefde en ontferming
(zoals onze levende God dat wèl heeft) om het slachtoffer te helpen.
Ze kunnen dat ook niet, want olie en wijn hadden zij niet. Daarover later meer.
Dan komt de Samaritaan (nakomelingen van joods/heidense echtparen
uit de jaren van ballingschap – om dat gemengde bloed door de joden zo gehaat).
Hij is het beeld van Jezus Christus die Zijn hemelse Koninkrijk heeft verlaten
uit liefde voor de gevallen mensheid en afdaalde naar deze vreselijke wereld
die onder het gezag is gekomen van de vorst van ‘Jericho’.
Hij is barmhartig voor jood, half-jood èn heiden.
Ook Hij werd eveneens gehaat door de geestelijke leiders van de joodse religie
die enkel maar bestond uit het houden van (ook veel zelfgemaakte) wetten –
een uiterlijke godsdienst zonder enig spoor van Gods barmhartigheid;
een aardse, horizontale visie.
Jezus – de barmhartige Samaritaan – was de geopenbaarde liefde van God,
Zijn hemelse Vader. “Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien”, zei Hij.
Een hemelse, verticale visie.
Hij ontfermt Zich over de gewonde man en verzorgt zijn wonden met wijn en olie.
In de Bijbel is wijn het beeld van Jezus’ bloed tot reiniging van onze zonden;
olie is het beeld van de helende werking van Gods Heilige Geest.
Religie heeft dat niet en bewerkt dus geen herstel van de verloren mens.
Alleen het Lam van God dat Zijn bloed op Golgotha’s kruis heeft vergoten,
brengt verlossing en genezing; Hij is ook de Doper met Zijn Heilige Geest
die Hij uitstort in onze harten, zoals het Evangelie vertelt.
Hij brengt mensen in de herberg – de gemeente, het Lichaam van Christus
op aarde, waar de mens – als het goed is – wordt verzorgd en waar genezing
en herstel te vinden is. De prijs (de betaalde schellingen) was Zijn leven.
De Samaritaan plaatst de gewonde man op ‘zijn eigen ezel’ – gekocht dus.
Bij het lezen daarvan zag ik in het ezeltje mijzelf en andere christenen.
De Bijbel spreekt over de eerstgeboren ezel van wie de nek – de eigen kracht –
gebroken moest worden.
Wij zijn van nature ‘wilde ezels’, maar wij worden ‘eerstgeborenen in Christus’
genoemd, bruikbare instrumenten in Gods hand, als wij ons overgeven aan
Jezus Christus die ons kocht met Zijn bloed.
Wij zijn Zijn eigendom; Hij is onze Heer en Meester.
Nog steeds een ezeltje, maar wèl onder de heerschappij vàn …
Hij maakt ons bekwaam voor Zijn dienst, waarin wij hetzelfde zeggen als Jezus:
“Heer, niet mijn wil, maar Uw wil geschiede in mijn leven”.
Hij roept ons om samen met Hem verloren mensen te zoeken, te redden en
in de herberg te brengen om te kunnen herstellen en genezen.
Wat een geweldige opdracht en … wat een genade om zo’n ezeltje
te mogen zijn.