De voetwassing


Het opperkleed was afgelegd

– een slaaf gelijk –
zo gordde Hij zich met een doek;
het was een blijk
van liefde
en van dienstbetoon;
Hij waste eigenhandig schoon
hun vuile voeten met rein water –
een les voor later…

‘Want, Petrus, als ik jou niet was,
heb jij geen deel aan Mij’,
sprak Hij;
en Judas was daarbij…

                 ‘Met Petrus wil ‘k U vragen:
                 Ach, reinig mij geheel en al,
                 mijn denken en mijn daden…’.

Gewassen haastte Judas zich
om te verraden
onschuldig bloed

en Petrus dacht in diep verdriet:
Driemaal zei ik: ik ken Hem niet.
Hij wist zo goed…

                  ‘Ach Heer, behoed,
                   beveilig in genade
                   ons zwakke vlees:
                   de bron van al het kwade,
                   waarvoor U hebt geboet,
                   o. dierbaar Offerlam,
                   met doornen, striemen en
                   met kostbaar bloed’.