In de bijbel (Efeze 6) staat niet: “…neem een schild van een geloof…”, maar:
“…neem hèt schild van hèt geloof…”. Wat is dat ?
In oude tijden werden in oorlogen veel soorten schilden gebruikt:
van hout, ijzer en leem; vaak zo groot dat het hele lichaam daarmee was
afgeschermd van de vijand; het werd met riemen vastgebonden aan de arm
en was dus één met de strijder.
Ook waren er ‘gouden’ schilden – houten schilden met goud overtrokken,
meestal een statussymbool qua aantallen die men bezat;
vaak te zwaar om in een oorlog te gebruiken: pronkstukken in de wapenkamer.
Al deze materialen zijn ‘uit de aarde genomen’.
Er zijn veel ‘geloven’ – religies, ontstaan uit (menselijk) aards denken.
Er was nog een schild dat veel werd gebruikt: het schild van leer,
gemaakt van hout en dierenhuiden; hiervoor moest dus bloed vloeien.
Het was zo’n twee meter hoog en bedekte de hele mens.
Dit schild moest voortdurend worden verzorgd met olie,
om uitdroging te voorkomen; het moest daarmee als het ware doordrenkt zijn,
want het was door de olie dat de pijlen afketsten.
Was het schild uitgedroogd, dan gingen de pijlen dwars door het schild heen.
Vandaar dat er grote aantallen vaten met olie mee naar de slagvelden gingen.
Schild en olie waren dus onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Dit alles heeft een prachtige betekenis:
Het leren schild wijst naar het sterven van Jezus Christus, Gods Zoon die op aarde
kwam om de mens te redden van en te beschermen tegen de macht van satan.
De prijs daarvoor was het offer van Zijn leven en Zijn kostbaar bloed.
Hij wil Zich in liefde verbinden aan ieder mens persoonlijk,
zodat wij afgeschermd en beveiligd zijn tegen de vernietigende aanvallen
van de vijand; van de werkingen van binnen-uit (ons eigen hart) en van buiten-af.
Wanneer wij Hem, door de riemen van het geloof, aanvaarden in ons leven en
Hem de regie geven, is er de relatie met Hem: een wederzijdse verbintenis,
die voortdurend ‘verzorgd’ moet worden – doordrenkt moet zijn met olie,
het beeld van de Heilige Geest, een Goddelijk persoon waardoor wij
‘alle brandende pijlen van de boze kunnen doven’, zoals Gods Woord belooft in vs.16.
Zonder olie geen goed-werkend schild !
Toen koning Saul gestorven op het slagveld lag, vond men zijn schild dat helaas
‘niet met olie bestreken’ was – 2 Samuël 1:17-27, het klaaglied dat David schreef.
Het schild lag uitgedroogd op de grond en was daarmee een beeld van Sauls leven:
door ongehoorzaamheid was de Heilige Geest van hem geweken.
Een diep treurig feit en een waarschuwing aan ons allen.
Goliath droeg zijn schild niet zelf; een schilddrager ging voor hem uit –
1 Samuël 17:41; het werd hem fataal.
Wij moeten Jezus, ons schild, zelf dragen;
wij moeten persoonlijk geloven in Hem en persoonlijk met Hem verbonden zijn,
zoals de rank direkt op de wijnstok, de stam is geënt;
een rank wordt nooit op een rank geënt; andermans geloof kan onze ziel niet redden.
Wat een wonderbare bescherming heeft de Vader ons in Jezus Christus gegeven:
Hij is hèt schild, eeuwig en onvergankelijk en … Hij schonk de olie erbij:
de Heilige Geest, Zijn eigen kracht en natuur, uitgestort in onze harten !
Het is ‘bijna niet te geloven’…
Alle lof, eer en dankbaarheid aan onze geweldige God … de eeuwige God van Israël !