Graankorrel


God heeft reeds in de eerste scheppingsdagen

het golvend graan tot sterven voorbestemd,
zodat nieuw leven zich zou openbaren;
maar hebben wij daarmee wel ingestemd
als Hij ons zaait in diepe, donkere aarde,
waar onze stem door niemand wordt gehoord
en waar geen lichtstraal tot ons door kan dringen;
waar anderen verder leven – ongestoord ?
Misschien heeft Hij jou eenzaam afgezonderd;
b
egrijp je niet – vertrouw maar en wees stil:
Hij ziet jou sterven in Zijn eigen akker,
al word je zwakker – zeg maar: ‘…niet mijn wil…’;
want in de aarde zal het zaad ontkiemen:
de kleinste korrel wordt een volle aar
die in Gods wijze handen wordt gemalen,
bestemd tot brood – tot voedsel in de schalen !
Wie heeft zoiets bedacht ? Zo wonderbaar…?

God sprak tot Jozef die Zijn stem kon horen;
Hij leidde hem, maar alles leek verloren,
tot God hem riep … tot koning van het koren !