“Wees blij in de Heer – wees in géén ding bezorgd…”- Filippenzen 4 : 4 en 6.
Dit mocht ik leren in een periode op een bijbelschool in Zweden.
Het waren waardevolle lessen die ik nooit zal vergeten. Studie, kost en inwoning
werden gefinancierd uit een fonds voor studenten zonder ondersteuning van
een kerkgemeente. Verder was ik afhankelijk van Gods zorg.
Door de taalstudie had ik geen tijd om werkstudent te zijn (alleen in de vakanties)
en mijn spaargeld was na enkele maanden op.
In oktober was het daar al heel koud. Mijn hutkoffer met o.a. winterkleding zou
door kennissen worden meegenomen vanuit Oostenrijk (waar ik had gewoond
en gewerkt), maar zij hadden dit vergeten. Ik was even in tranen.
Enkele dagen later riep de rektor van de school mij en vroeg of ik misschien
iets nodig nodig had. Er waren die ochtend twee dames naar hem toegekomen;
God had tijdens hun gebedstijd gezegd dat ze iemand op de bijbelschool
moesten helpen. Ik vertelde mijn hutkoffer-verhaal, waar niemand iets van wist,
en ik mocht meteen mee naar hun zaak en kon uitzoeken wat ik nodig had
en zoveel als ik wilde: truien, wollen duster, warme pyama’s, maillots,
wollen sokken, warm ondergoed etc.
“Voordat zij roepen, zal Ik antwoorden” lezen wij in Gods Woord !
De hutkoffer werd later naar Zweden verzonden.
Op een dag had ik tandpasta nodig, maar had geen geld meer en bad daarvoor.
Vaak ging ik baby-sitten als vriendendienst. De ouders gaven mij op een avond
Kr.20,- (f.30,- in die tijd). “We denken dat je dat wel kunt gebruiken”.
Ja, voor tandpasta !
Wat later was mijn shampoo op. Na weer een babysit-avond ergens gaven
de ouders mij een tas met boodschappen mee; van alles zat er in: koffie, thee,
koeken, toiletzeep, papieren zakdoekjes, zeeppoeder etc. en … shampoo !
Soms vond ik het moeilijk om zo te leven tussen studenten die ruim ondersteund
werden door hun gemeenten, maar het was ook wel spannend.
Nooit vertelde ik iemand wat ik nodig had, maar ging altijd bidden.
Voor een konferentie wilde ik graag een nieuwe jurk kopen, maar had geen geld.
Op een dag lag er een pakje op mijn kamer met een lap stof in mijn favoriete kleuren:
groen, blauw, roze en wit. Van wie ? Geen idee, maar de jurk was gauw gemaakt.
Een onbekende gaf mij een enveloppe met Kr.100,- (f.150,-). Ik had het hard nodig,
maar gaf het toch aan de zending uit dankbaarheid voor Gods zorg, hoewel ik,
eerlijk gezegd even dacht: ‘Eigenlijk ben ik gek om het weg te geven’.
Drie dagen later kreeg ik van weer een onbekende een enveloppe met Kr.300,- !
Ik was helemaal beduusd, maar dàt heb ik echt zelf gehouden !
Voor de kerst wilde ik mijn ouders in Nederland schrijven, maar had alleen
schriftblaadjes – wel wat armoedig, vond ik.
Een klasgenote gaf mij op een dag een kadootje: “… alvast voor de kerst…” zei ze.
Het was lichtblauw postpapier met een wit bloemenrandje, zo mooi !
Ik had op dat moment niet eens geld voor een postzegel buitenland,
maar op een zaterdagmiddag ging ik mijn burolaadjes schoonmaken:
alles op een krant kieperen en … zag opeens witte puntjes onder de zijkant;
met mijn nagel haalde ik … ja heus, een postzegel buitenland tevoorschijn,
waarschijnlijk van de vorige kamerbewoner.
Ik kreeg tranen van blijdschap in mijn ogen, ging op mij knieën en zei:
“Here God, wie bent U toch, dat U – de grote Schepper van hemel en aarde –
voor zoiets gerings zorgt als een postzegel, precies in mijn burootje !”
Het is ook niet te begrijpen …
Nog veel meer mocht ik beleven in dit opzicht – teveel om hier te vertellen.
Op een konferentiedag mocht ik in de ochtenddienst een getuigenis geven
(tien minuten), in de middagdienst was de beurt aan een professor theologie.
Ik vertelde eenvoudig hoe geweldig God voor mij had gezorgd in alles wat
ik nodig had – tot in de kleinste dingen.
Na de dienst kwam een man naar mij toe; hij had tranen in zijn ogen, stelde zich
voor als de professor en zei: “Ik heb je getuigenis gehoord; heel veel dank; maar
ik weet bijna niet meer wat ik vanmiddag moet zeggen; ik heb veel gestudeerd,
maar zo ken ik God niet; ik denk dat ik te rijk ben…”.
Toen liep hij weg, zichtbaar aangedaan – ook ’s middags nog.
Eigenlijk had ik een beetje met hem te doen en hoop dat hij God later toch zo
heeft leren kennen: als onze hemelse, liefhebbende en zorgende Vader !