Hemelkoning
zonder woning
slechts een doornenkroon
veel te duchten
telkens vluchten
God- en mensenzoon
dorp of stede
nergens vrede
zelf de Vredevorst
mint Zijn hater
levend water
roept het uit: ‘Mij dorst…’
werd bevonden
zonder zonden
dragend alle schuld
liefde stervend
heilverwervend
wet van God vervuld
wie geloofde
de beloofde
loot uit Davids stam
hart onschuldig
lijdt geduldig
als een zwijgend lam
wonden slagen
smarten dragen
onder hoongelach
***
dood verslonden
en gebonden
alles is volbracht
levensader
van de Vader
bron van licht en kracht
onvolprezen Naam
verrezen
Zoon van God vol macht
komt op wolken
voor de volken …
majesteit en pracht