Kinderen van Pakistan


Blote voetjes, ruw van stof en zand,

lopen langs riolen door de stegen…
overal ligt vuilnis, modder, mest,
overal kom ik de kinderen tegen;

in hun glanzend donkerbruin gezicht
lees ik nu nog hoop – nog sprank’lend leven;
alle chaos, straatrumoer en vuil
zijn geheel met hun bestaan verweven;

spelend naast de mestvaalt van het dorp,
zonder speelgoed…kleine zusje dragen…
bij de buffels, ossen en de geit,
simpel levend, zonder levensvragen…

arm naar deze wereld en toch blij,
slapend op een bed van hout en touwen,
dankbaar voor elke liefdevolle woord,
in hun blik lees ‘k eindeloos vertrouwen;

vol verlangen staan ze om mij heen;
‘k kan hun stralend’ ogen niet vergeten,
als ik bid dan kijken ze mij aan:
vragend, vol verwachting…om te weten ?

‘Vader, die mij riep, ik zal weer gaan
naar dit land met arme, blijde kinderen;
‘k wil hen brengen bij Uw lieve Zoon
die ons zegt: Laat niemand hen verhinderen’.