‘We bidden toch nog wel ?’
Je zei het altijd snel,
wanneer ik aangaf dat ik weer moest gaan;
je handen rusten nu –
ze hebben eindeloos veel werk gedaan;
ik vraag me: waar kwam toch
die kracht vandaan…
Je zong zo graag
– blijmoedig als je was –
zo dapper tot het einde van je dagen,
temidden van je zorgen en je vragen:
‘Wees dapper, hart, houd altijd goede moed !
Hij is getrouw, de Bron van alle goed !
Wacht op de Heer, die u in zwakheid schraagt,
wacht op de Heer en houd u onversaagd.’
Nu ben je Thuis,
je werken volgen na…;
daar denk ik aan
– in dankbaarheid –
nu ‘k hier weer even sta…