Mislukt ?


“Zie, Ik maak alle dingen nieuw”.

Soms denk ik terug aan mijn kinderjaren.
Ik ging, toen ik vijf jaar was, met mijn vriendinnetje mee naar de
kleuterschool met voor mij
allemaal vreemde kinderen.
Ik voelde me daar heel onveilig.
Toen we op een ochtend naar school gingen, stond mijn kleine broertje
bij het tuinhek te huilen – hij wilde zo graag met ons mee.

Ik kon dat beeld niet vergeten en ging op school in mijn bankje zitten
en huilde bij de gedachte, dat hij daar nog zo zou staan.
Er waren twee juffen: een aardige en een onaardige juf (zei iedereen).
Laatstgenoemde was mijn juf. Ik was bang voor haar.
Ze kwam naar mij toe en
gaf me een draai om de oren, gewoon
omdat ik niet buiten speelde zoals
de andere kinderen.
Ze vroeg helemaal niet waarom ik eigenlijk huilde.

De kinderen van´de fabrikanten van het dorp´ wisten heel goed
wie zij waren en genoten daar al aanzien, ook van de juffen.
Op de kleuterschool gold ook al het recht van de sterkste.

Als kinderen buiten bepaald speelgoed wilden hebben, pakten ze het
gewoon
van andere kinderen af. Dat overkwam mij nog al eens.
Daarom nam ik een keer een ´eigen´ vermicellidoos mee om zand in te
scheppen, maar ook die werd afgepakt en ik liet het gebeuren, maar was
wel verdrietig en vond mijn kleine wereld maar bedreigend.
Op een dag dacht ik: ‘Ik ga ook maar eens wat afpakken´, maar daar
kwam de juf met het jongetje en – ja hoor – ik moest het speeltje teruggeven.
Dat werkte dus ook niet.
Nee, de kleuterschool vond ik niet fijn, hoewel … met kerst was het wel
even gezellig vanwege het feest en het kadootje.
Er was ook een joods jongetje op school. Op een dag kwam hij niet meer.
Ik
hoorde mijn moeder en zus daarover praten en vroeg waarom hij niet
meer 
kwam. Dat konden ze niet vertellen – wisten ze niet, werd gezegd.
Het was oorlogstijd en ik voelde vaak spanning en dreiging.
Stromen vluchtelingen kwamen te voet, helemaal vanuit het verwoeste
Arnhem, o.a. naar ons dorp op zoek naar een veilig heenkomen –
een erbarmelijke toestand.
Op een dag zag en hoorde ik een buurvrouw hartverscheurend huilen in
de armen van twee wijkverpleegsters. Ze kwam net terug uit Zevenaar
waar haar zoon aan het front lag en had van de zusters gehoord dat
haar huis verderop in onze straat door een bombardement was verwoest.
Haar man en enige dochtertje van zes jaar waren daarbij omgekomen.
Ze bleef voor haar leven zichtbaar getekend.

Door deze gebeurtenissen was ik vaak angstig ten opzichte van
‘de wereld´ en bepaalde 
mensen – karakters – om mij heen.
Onzeker – niet assertief, zou men vandaag de dag zeggen.

Ik ben zo dankbaar dat ik jaren later in Oostenrijk Jezus Christus
persoonlijk mocht leren kennen. De Zoon van God die mij allang kende,
zocht en … onvoorwaardelijk liefheeft.
Dankzij mijn ouders geloofde ik al heel vroeg in Hem als mijn Herder.

Door Zijn aanvaarding en door mijzelf en mijn levensweg aan Hem
toe te vertrouwen, verdwenen
langzamerhand angsten en verdriet
uit mijn (kinder)verleden, maar ook … vrees
voor mensen.
God is liefde en Zijn volmaakte liefde drijft vrees weg, steeds weer opnieuw.
Door Jezus dagelijks na te volgen word je wie je mag en ook graag wilt zijn.
Hij genas mijn leven dat soms mislukt leek.
Hij schiep en schept iets nieuws, telkens weer … dingen waaraan ik zelf
nooit had gedacht.

Veel en veel meer dan ik ooit had durven dromen !
Hij is een fantastische, liefdevolle Herder … voor alle mensen die
Hem volgen.
Als je Hem navolgt is Hij dat ook … voor jou !