Waarom


Drie weken in een ziekenhuis voor onderzoeken.

Geen pretje, maar onvermijdelijk – met steeds meer pijn en
niet meer in staat om normaal te lopen.
Het ene onderzoek na het andere wees niets uit.
Ik begon gewoon aan mijzelf te twijfelen.
De dagen werden weken.
“Waarom toch …”, denk je dan.

Intussen waren er twee oudere dames op de zaal bij gekomen.
Beiden heel ziek.
De ene dame vertelde dat ze niet lang meer zou leven;
ze was van duitse afkomst en het was fijn voor haar
dat we samen in haar moedertaal konden communiceren –
ik had
immers in Oostenrijk en Duitsland gewerkt.
Ze was weduwe, had geen kinderen, was gelovig opgevoed,
maar had een en ander aan de kant
gezet door een huwelijk
met een niet-gelovende man.

De dag van haar einde naderde, maar voordat ze naar een
andere kamer werd gebracht, mocht ik nog met haar bidden,
dat wilde ze graag en … in haar moedertaal.
’s Avonds ging ze naar de hemel.

De andere dame kwam een paar dagen later ’s morgens om
zeven uur bij mijn bed, nadat ze op de radio het lied
‘Blijf bij mij, Heer’ had gehoord. Ze zei:
“Antje, ik wil niet meer leven, ik wil naar de Heer toe;
ik kan niet meer … “. Ze had zwaar astma.
“Dan gaan we daar samen voor bidden” zei ik en nam
haar handen in de mijne.

Om tien uur kreeg ze een aanval; ze raakte buiten bewustzijn,
werd twintig minuten gereanimeerd, maar ik wist:
het zal niet helpen, de Heer haalt haar thuis.
En zo geschiedde.
Haar dochter kwam en ze huilde omdat ze er niet bij was,
maar toen ik haar het hele verhaal had verteld zei ze:
“Nu huil ik van blijdschap, het was haar tijd om naar Huis
te gaan – het is goed zo”.
Toen begreep ik waarom de Heer mij ‘zo lang’ in dat ziekenhuis
wilde hebben: om twee van Zijn kinderen in hun laatste uren
te vertroosten en te versterken.
Een week later werd ik behandeld en kon daarna naar huis.

God maakt geen vergissingen !

Een lied zegt:
“Laat Hem besturen, waken:
’t is wijsheid wat Hij doet;

zo zal Hij alles maken
dat g’ U verwonderen moet”.