Druiventeelt


“Ik ben de ware Wijnstok, jullie zijn de ranken.
God is liefde en wie in die liefde blijft, blijft in God en God in hem…”.
Woorden van de apostel Johannes.

De afgelopen zomer was ik in de gelegenheid een boerderij te bezoeken
waar ook druiven worden geteeld.
Op een gegeven moment was ik alleen in de kas.
Wat mij opviel was de stilte, de rust die er heerste;
er gebeurde zichtbaar helemaal niets.

De groei is iets wat binnenin gebeurt, niet zichtbaar voor het natuurlijke oog.
De stam draagt de prachtige, gezonde ranken en geeft die de nodige sappen;  
de ranken dragen volle, blauwe trossen – elk een afzonderlijke taak dus.
Mijn gedachten gingen uit naar Johannes 15 en naar mijn lievelingsboek
“De ware wijnstok” van Andrew Murray – een wijnstok van liefde.

Waar ik ook aan dacht was, dat de wijnboer rustig wacht totdat de vrucht
aan de ranken volgroeid is. Daarna verwerkt hij de druiven tot wijn.
Hij heeft geen haast en ‘jaagt de ranken niet op’ om sneller en meer
te ‘produceren’; d
at zou ook geen nut hebben, want de rank produceert niets.
De levenssappen die de vrucht vormen ontvangt zij;
verder kan zij niets doen, verder hoeft zij niets te doen;
de rest – de vrucht komt dan ‘vanzelf’.
Ontvangen en dragen is alles wat de rank doet.

Geen enkele rank raakt ‘in stress’ of in een ‘burn-out’ of iets van dien aard.
Allemaal termen die je zo vaak in onze over-aktieve maatschappij tegenkomt
en waar mensen, ook christenen, dan ook vaak onder lijden.
Wat kunnen wij veel leren van wat God in de natuur heeft gelegd.
Wat een prachtige voorbeelden voor ons geestelijk leven in een wereld die
opgejaagd wordt door destructieve machten.
Hoe volkomen tegengesteld is Gods werkwijze
.

De hele sfeer in die druivenkas was er een van rust en stilte – 
van eenheid en verbondenheid, noem het gemeenschap tussen stam en rank.
Ze hebben elkaar nodig – de een kan niet zonder de ander; ze horen bij elkaar.
Zo heeft God het geschapen … om ons te onderwijzen.

Die rust deed mij denken aan onze dagelijkse verbondenheid met Jezus,
onze wandel in Hem; we hoeven ‘alleen maar’ een rank te zijn, meer niet.

Alleen op die manier kan Hij ons van ogenblik tot ogenblik geven wat nodig is,
door middel van Zijn Woord en Zijn Heilige Geest die 
vrucht bewerkt –
veel vrucht, meer vrucht en … blijvende vrucht (Galaten 5 : 22).

Er zijn ranken die zich om diverse redenen hebben losgemaakt van Jezus,
of die proberen Hem te vergeten – ze zullen verdorren.

Velen hebben nog nooit een ontmoeting gehad met de ware Wijnstok.
De Wijnstok is nog niet klaar, het aantal ranken is nog onvoldoende.
Misschien duurt het daarom voor ons gevoel zo lang, voordat Jezus terug komt.
De Landman, de grote Wijngaardenier wacht in Zijn liefde op afgevallen of nog
v
erloren, wilde ranken die Hij mag enten op de Stam die Hij heeft geplant.
Bovendien:

er is geen plant die zo snel verwildert als een wijnstok – zo vertelde men mij;
er is geen plant die daarom zo vaak moet worden gesnoeid, want:
hoe groter, langer de rank – hoe minder vrucht,
hoe kleiner de rank – hoe meer vrucht.
Vraag: welke van die twee willen wij zijn ?

Gelukkig dat de hemelse Landman zoveel geduld met ons heeft.
En verder:
laten wij voortdurend bidden voor ranken die afgevallen zijn,
laten wij voortdurend bidden voor wilde ranken
dat zij opnieuw of voor het eerst, door de Vader, de hemelse Landman
geënt
 worden in Jezus Christus, de ware Wijnstok.