Op de berg


Het Kerstfeest en Oud en Nieuw waren voorbij.

God had haar al gezegd dat er in het nieuwe jaar een andere weg zou komen
en … opeens wist ze:
“Ik moet vertrekken, weg van deze plaats – ik neem ontslag”.
Er zou – dat wist ze ook zeker en was er bang voor – een lawine van verwijten,
onbegrip (en wellicht venijn) over haar heen komen.

Maar ze had geen andere keus dan: er dwars doorheen gaan …

Een weekje wintersport in januari was een welkome afleiding – gezellig met z’n vieren
naar Grindelwald in Zwitserland.
Urenlange sneeuwwandelingen maken – skieën was te duur – met aan het eind van
de middag steevast warme chocolademelk in een konditorei.

Zaterdags, de dag voor de terugreis, waren de drie vriendinnen ziek,
buikgriep, dus maakte ze in haar eentje ’s middags voor de laatste keer nog
een flinke wandeling ‘up to the mountain’ – in de frisse lucht van de prachtige
Wetterhorn die met zijn blinkende top fel afstak tegen de staalblauwe hemel.
Beneden in het dal lag het zonovergoten, schilderachtige dorpje, met in het
midden het eenvoudige kerkje met de spitse toren.
De hele wereld rondom haar was wit en hier boven heerste een volkomen stilte …

Opeens overviel haar weer die angst voor de reakties die zouden komen op haar
besluit om haar werkplek te verlaten. Gewetensbezwaar was de hoofdreden,
maar dat zou men niet (willen) begrijpen; in hun ogen was ‘zij’ een ‘dissident’. 
Een nieuwe baan – ze hoefde alleen maar ‘ja’ te zeggen – was haar opeens
in de schoot geworpen, door wie ?
Dat kon alleen God maar zijn.
Ze begon Hem te danken voor Zijn trouwe zorg, maar legde ook haar angst
bij Hem neer, voor wat haar te wachten stond.

Plotseling was daar die stem, zo indrukwekkend:
“Als Ik nou voor jou ben, wie zal dan tegen jou zijn ?”
“Romeinen 8 … “, dacht ze: ” … dit is de stem van God …” en ze voelde zich als

Mozes op de berg Horeb: God sprak …
Haar angst en vrees verdwenen als sneeuw voor de zon door die krachtige woorden.
De Heer was ook hier op deze berg, om haar te bemoedigen voor de komende tijd.
Het was alsof ze opgetild werd, ver boven al het aardse, menselijke gedoe en ze wist:
“Dit is mijn kracht en zekerheid: God is met mij, ook als ik straks zal staan tegenover
hen ‘die sterker zijn dan ik’; niets en niemand
kan mij scheiden van Zijn liefde
en … van Zijn waarheid“. En daar ging het om.

Immanuël – God met ons !
Een Kerstfeest gaat voorbij, maar Hij blijft bij ons – elke dag, in alles !