Mama speelt zondags viool in de kerk; voor de dienst worden alle
liederen met het zang- en muziekteam nog even doorgespeeld en gezongen.
Haar dochtertje – een kleuter van een jaar of drie – speelt intussen op de
stoelen met haar konijn en met andere dingen.
Ze houdt van zingen, zei mama.
Zo te zien luistert ze nergens naar, maar als we later in de dienst het lied
weer zingen: “De zon komt op, maakt de morgen wakker”, mama met viool,
zingt ze vooraan, spelend met haar knuffel, het refrein luidkeels en zuiver mee:
“Loof de Heer, o mijn ziel, oh-ho-ho mijn ziel,
prijs nu Zijn heilige Naam
met meer passie dan ooit, o mijn ziel…!”
Ze heeft geen flauw idee wat dat laatste betekent, maar ze zingt het mee,
enthousiast, met … passie !
Al haar aandacht gaat intussen uit naar haar konijn dat mee moet dansen …
het mag delen in de feestvreugde.
Het ontroerde mij – dat kleine meisje; ze begrijpt nog niet alles, maar ze was
op dat moment een voorbeeld van blij-zijn !
Ik denk, dat onze Vader in de hemel net zoveel van haar heeft genoten als ik !
“Uit de mond van kinderen en zuigelingen
hebt U sterkte gegrondvest …” – Psalm 8 : 3.