Klein jongetje


Gedurende zeven jaar werkte ik twee of drie dagen per week als oppas

in gezinnen van werkende ouders.
Meestal was de baby drie maanden oud wanneer ik daar kwam.
Maar kleintjes worden groter en mijn eerste oppas-jongetje Olivier had,
zoals veel kleine kinderen, een eetprobleem. Een b
oterham lukte wel,
maar 
warm eten … met al die verschillende groenten …
Na elke hap legde hij steevast zijn lepeltje neer en zei: “… eve uitruste …” .
Het duurde lang
voordat de volgende hap er in ging; geduld – geduld dus…

Op een dag kookte ik doppertjes, maar dat duurde allemaal nog langer, 
want elk doppertje werd afzonderlijk met grote aandacht
gekauwd en
doorgeslikt, met ook daar tussendoor “… eve uitruste …”.

Ik ging maar naar de keuken en kon hem vandaar in de gaten houden.
Na weer lang op een doppertje gekauwd te hebben, zei hij opeens,
heel diepzinnig: “Nu is erwtje dood …”.

Ik schoot in de lach, maar tegelijk dacht ik:
“Wat een wijsheid komt er uit de mond van dit kleine jongetje”, want …
inderdaad: voedsel dat wij tot ons nemen sterft voor òns leven.
Vruchten, gewassen, vissen, dieren … alles wordt verbrijzeld, moet sterven
om voedsel voor ons te zijn. 

Dat sterven werd door God Zelf bij de schepping ‘in-geschapen’.
Ook het koren wordt verbrijzeld voor voeding en sterft voor meer vrucht.

Wanneer wij niet meer eten volgen zwakheid en zelfs de dood.
Het natuurlijke leven is een afspiegeling van de geestelijke werkelijkheid.

Er moest Iemand – Jezus, Gods Zoon – sterven, opdat wij zouden leven.
Jesaja 53 zegt: ” … om onze ongerechtigheden werd Hij verbrijzeld …”.

God Zelf stierf voor ons, in Jezus Christus en Hij zei:
“Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt heeft eeuwig leven” – Johannes 6.
O, wonder van Gods onpeilbare liefde !
Bron van (stervende) liefde, waardoor wij dagelijks en … eeuwig leven !

Gods Woord zegt in 1 Johannes 5: “Wie de Zoon heeft, heeft het leven;
wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet”.

De woorden van dat kleine jongetje brachten deze meditatie in mijn hart.