Een vreselijke dag
ik werd ontworteld
met bijlen omgehakt – omver gehaald
men sleepte mij door poort en stad naar binnen
daar in Jeruzalem zou het beginnen
een schouwspel dat zich nooit meer heeft herhaald
een vreselijke dag
soldaten kwamen
ik werd gezaagd en omgevormd tot kruis
men hield een doorngekroonde Man gevangen
een purpermantel om Hem heen gehangen
Hij werd bespot, geslagen en verguisd
men spuugde en verwondde lijf en leden
bebloed door geseling in felle haat
zo liep Hij door de straten – zo verlaten
veracht – gesmaad
en ik begreep:
die Man zal ik straks dragen
daar buiten op de heuvel Golgotha
en stervende is Hij aan mij verbonden
ik word bedekt met bloed vanuit Zijn wonden
de massa liep Hem joelend achterna
Hij had alleen Gods liefde aangeboden
toch riep men: ‘Kruisig … kruisig Hem,
die Koning van de Joden !’
… de echo klinkt nog eeuwen … eeuwen na …