Jozef

‘In al hun benauwdheid was ook Hij benauwd…
in Zijn liefde en mededogen heeft Hij Zelf hen verlost
en Hij hief hen op en droeg hen…’. –  uit Jesaja 63 : 9


Zo argeloos had hij zijn droom verteld;

God Zelf was in de nacht voorbijgekomen
en gaf aan Jozef zuivere toekomstdromen;
God sprak tot hem,
maar ’n duistere stem
dreef dwaze broeders aan tot ruw geweld;

meedogenloos door jaloezie en haat,
werd hij beroofd: de mantel afgenomen;
geworpen in een put – door vreemden meegenomen,
als slaaf gekocht
en weer verkocht,
beschuldigd van een niet-begane daad;
veroordeeld voor een niet-bedreven kwaad.

Hoe kon hij smaad en eenzaam lijden
jarenlang doorstaan ?

Het antwoord is: God Zelf was meegegaan !
Hij hief hem op
en droeg hem in Zijn hand;
verhoogde hem tot onderkoning
in Egypte-land,
tot redder van de mensheid in haar nood:
de dreiging van massale hongerdood;
ja, ook de broers erkenden Jozefs macht
die brood tot leven èn…genade bracht !

En wat God eenmaal openbaarde
in gezicht en dromen –

de Bijbel laat ons duidelijk zien:
’t is àlles uitgekomen ! 

Als God tot jou gesproken heeft,
zal alles moeten wijken:
Zijn Woord regeert
en tegenstand
zal door de adem van Zijn Geest
geheel bezwijken !