uit Psalm 139


Ik ben het maaksel van Uw eeuw’ge handen

Uw oog zag reeds mijn vormeloos begin
zo wonderlijk riep U mij eens tot leven 
een schepsel door de Schepper zo bemind
       U heeft mij in mijn moeders schoot geweven
       en d’ adem van Uw Geest kwam uit Uw mond
       mijn dagen waren in Uw boek beschreven
       toen nog geen ogenblik daarvan bestond
Uw Geest doorleest mijn hart en mijn gedachten
met al mijn wegen bent U zo vertrouwd
U kent o Heer mijn zitten en mijn opstaan
er is geen woord dat U niet horen zou
       Uw liefd’ omringt mij steeds aan alle kanten
       en meer dan dat: U legt Uw hand op mij 
       o grote Schepper dit is mij zo kostbaar
       zo hoog verheven  … ik kan daar niet bij
hoe zou ‘k Uw tegenwoordigheid ontvluchten
of mij verbergen voor Uw aangezicht 
al zou ik mij in duisternis bevinden
ook daar bent U het eeuwig stralend licht
       hoe heerlijk zijn Uw woorden en gedachten
       hoe talrijk –  ja ontelbaar als het zand
       wanneer ik in de morgen zal ontwaken
      dan bent U daar en ik … ik grijp Uw hand
doorzoek mijn hart en schenk mij Uw gedachten
beproef mij en bewaar mij op Uw weg
zodat ik nooit een heilloos pad zal inslaan
en eeuwig mis wat U hebt toegezegd