Kaleb – een andere geest


Soms lijkt hij in de Bijbel een beetje in de schaduw te staan van Jozua,

die het volk van God het beloofde land Kanaän binnenleidde:
Kaleb, een van de twaalf verspieders die eerder uitgezonden waren om
dat beloofde land te verkennen. Maar wat een voorbeeld van geloof, trouw,
kracht en gehoorzaamheid bleek hij te zijn.
De verspieders waren teruggekomen in de legerplaats en hadden verslag gedaan
van hun ervaringen, maar hoe … ?
Tien van hen spraken uitermate negatief over hun waarnemingen, hoewel God
had toegezegd Hij Zijn volk dit land zou geven.
Hun verslag besmette het volk met moedeloosheid, boosheid en negativiteit;
zo erg, dat zij hun leiders zelfs wilden stenigen.

Men had talloze wonderen van God gezien tijdens en na de uittocht uit Egypte,
het land van verdrukking en slavernij. Met groot gejuich waren ze de woestijn in
getrokken, uitgeleid door ‘een hoogverheven hand’ zoals de Bijbel het zegt.
Het Egyptische leger was verdronken in de zee.

Elke morgen lag er manna voor hen klaar vanuit de hemel.
God gaf water en vlees
wanneer zij dit nodig hadden.
Zij genazen van slangenbeten door op de koperen slang
te zien die Mozes oprichtte
op bevel van God.

Hun geloof en vertrouwen werd nooit beschaamd, maar nu …?
Opnieuw was hun blik volkomen aards gericht en het volk hield op dat moment
geen rekening meer met de betrouwbare beloften van God.
Het liet zich leiden door de zintuigen: door het zichtbare, in plaats van
te geloven in en te bouwen op Gods heilig Woord.
Maar van Jozua en Kaleb staat geschreven dat zij ‘een andere geest’ hadden.
Met hèn kon God iets doen.
En wat !
Van Jozua is veel bekend, maar Kaleb komt pas weer in het vizier als hij
vijfentachtig jaar is. Veertig jaar was het stil rondom zijn persoon.
Maar in die veertig jaren bleef hij volkomen gehoorzaam en trouw  aan God
en aan zijn eigen volk, in die ‘vreselijke woestijn’, zoals de bijbel beschrijft.

Zijn strijdbaarheid, geloof en daadkracht zijn onveranderd. Hij herinnert zich
dat er reuzen waren en … hij trekt naar het bergland dat Mozes hem had beloofd
en dat Jozua hem gaf.  Stel je voor: hij vroeg specifiek om dàt bergland: Hebron,
daar waar de reuzen, de Enakieten woonden in hun ‘versterkte steden’.
Kaleb was niet bang, hij wist: God is met mij !
Hij kwam, zag en … overwon !
Door dit moedige optreden van Kaleb 
werd Hebron later een zegenrijke vrijstad
èn priesterstad – je leest het in het boek Jozua, de hoofdstukken 14 en 15 ;  20 en 21.

Kaleb en Jozua.
Beiden zijn een bijzondere inspiratie voor mij !
Vaak bad ik (en doe dat nog steeds):
“Heer, geef mij die ‘andere geest’ van Kaleb en Jozua !”

Wat was hun kracht ?
Het antwoord is: hun gehoorzaamheid, standvastigheid en trouw aan God,
aan Zijn Woord en beloften, temidden van ongeloof, ongehoorzaamheid,
spot en haat in hun omgeving.

Zij lieten zich niet intimideren door wat de vijand hen zichtbaar voorschotelde;
zij zagen niet op die reuzen, maar alleen op God en op Zijn plan.
Zij waren de enigen van de oudere generatie die Kanaän binnentrokken.
Het had zo anders kunnen zijn, maar helaas …

Door hen mogen wij leren om – ook in onze tijd – te leven en stand te houden
temidden van de geestelijke reuzen waarmee wij worden geconfronteerd –
soms in onze omgeving, maar ook in jouw en mijn persoonlijk leven;
want reuzen zijn er; ze dagen ons vaak uit – steeds weer, meer dan ons lief is !

Maar … God is altijd groter – ja, Hij is vele malen groter !
Jezus Christus heeft Zich geopenbaard als Overwinnaar over reuzen !
Wij, Gods kinderen, overwinnen in Zijn Naam !