“Wat baat het je, Mijn kind,
als je de hele wereld wint
en schade lijdt tot binnen in je ziel;
wat baat het je: de rijkdom, roem en macht,
als Mijn genaad’ en zegen je ontviel…
wat baat het je: de status of de eer,
de show, de glamour en zo meer…
die hier op aarde zo vergankelijk is;
wat baat het als jouw zelfgekozen weg
alleen maar leidt van licht naar duisternis:
de deur gesloten,
die niet opengaat
wanneer je klopt;
het is te laat – te laat…
de tijd voorbij;
je stem wordt niet gehoord,
want jij gaf geen gehoor meer
aan Mijn Woord;
en de gevangenen heb je niet bezocht;
de armen om je heen niet welgedaan…
de hongerigen heb je niet gevoed
en ik zag kinderen zonder kleding staan…
Ik had geen stem –
je pleitte niet voor Mij;
en Ik was dorstig,
maar je gaf geen water;
Ik was zo ziek, maar jij
ging gauw voorbij:
geen tijd – geen tijd;
je dacht: ‘…dat komt wel…later…’.
Ach, kom terug bij Mij;
Ik wil graag met je praten,
de eerste liefde voor Mijn Naam en Woord
heb je helaas verlaten…”.
Naar Mattheus 25 : 31 – 46.